Hoe koken om te eten, eten om te koken werd, hoe vrijwilligheid het genot van potten en pannen beter doet smaken en hoe creatief een beperkt budget kan zijn... en ook nog...

Thursday, February 24, 2011

Gehaktballetjes met Madeirasaus

Gehaktballetjes

- 500 gr gehakt
- zout
- peper
- karwijzaad
- een of ander tuinkruid
- handvol gepelde en fijngestampte pistachenoten
- paneermeel
- 3 eieren
- beetje olie
- ajuin en look

Snijd de ajuin en look heel fijn, stoof en voeg bij het gehakt. Voeg dan alle fijngestampte of -gesneden kruiden toe, samen met de eieren en de olie. Kneed alles dooreen en voeg beetje bij beetje paneermeel toe, tot je denkt dat het rolklaar is. Let op dat het niet te droog wordt.

Ik denk dat ik in verhouding te weinig vlees had voor de hoeveelheid droge kruiden, pistache en paneermeel, waardoor de gehaktballetjes een beetje melig waren. De smaak was ok, maar de textuur miste iets sappig, er droop niet genoeg vet uit als je erin beet.

Grove Madeirasaus

- 3 ajuinen
- 4 tenen look
- 5 wortelen
- 3 selderstengels
- 1/2 l rundsbouillon
- blik gepelde tomaten
- tomatenpuree
- 300 cl Madeira
- peper en zout

Alle groenten heel fijn snijden. Ajuinen glazig stoven, look erbij. Dan wortelen en selder laten stoven, tot stevig beetgaar. Potje tomatenpuree erbij, eronder mengen en nog even stoven. Rundsbouillon en gepelde tomaten toevoegen, goed mengen en laten koken. Even koken en Madeira erbij. Nu met open deksel laten indikken, eventueel wat water bijdoen zodat het geheel toch zeker een uur kan pruttelen. Afwerken met peper en zout.

Ik vond het best geslaagd. Denk wel dat de combinatie rundsbouillon/madeira vooral goed past bij een vleesgerecht, zoals gehakt, rundsvlees, varken.. Ik noem het 'grof' omdat het niet gezeefd is. Als je de saus op het einde door een zeef haalt en nog wat indikt met een roux, zal het wel wat chiquer ogen en misschien beter passen bij een stuk vlees, steak, entrecôte... Hoe dan ook, ik heb het graag als er stukken in zitten.

Saturday, February 19, 2011

Kotelet met hutsepot en mosterdsaus

Rode koolsoep

- halve rode kool
- 3 grote ajuinen
- 4 teentjes look
- 2 stengels selder
- halve prei
- 1 kaneelstokje
- balsamicoazijn
- 1,5 groene appel
- 1 citroen
- potje zure room

Stoof de grof gesneden ajuinen glazig, voeg de look erbij. Look moet niet echt fijngehakt worden, als je de look goed kuist en nadien plet onder een mes is het al genoeg, het wordt toch allemaal gemixt op het einde. Gooi het kaneelstokje erin, denk eraan het eruit te halen op het einde. Nadien de selder toevoegen en even later de prei en de geschilde appel, allemaal grof gesneden. Giet er een klein glas water bij en laat even stoven op middelmatig vuur en met deksel erop. Doe er tot slot de rode kool bij en kippebouillon.
Als alles zacht is mixen en verder op smaak brengen met balsamicoazijn, citroensap en peper en zout.
Om het geheel wat zachter te maken kan je er zure room bij geven. Zelf in de soep te doen. Ik had de zure room nog wat smaak gegeven met de fijngesneden zest van de citroen, één heel klein lookteentje en peper en zout.

Ik vond de combinatie met de zure room erg geslaagd. De reacties waren ook zeer positief, hoewel het toch geen evidente soep is. Het blijft moeilijk om op smaak te komen, maar het leek me dat peper toch ook zeker zijn belang heeft daarin.

Kotelet met hutsepot en mosterdsaus.

Hutsepot

- 4 ajuinen
- 5 teentjes look
- bot selder (min stengels voor de soep)
- 1 grote venkelknol
- 6 wortelen
- 4 gewone aardappelen
- bot rapen
- 2,5 preistengels
- rundsbouillon
- mosterd
- peterselie of rozemarijn

Alle groenten fijnsnijden, ongeveer dezelfde grootte en stoven in volgende volgorde:
ajuin
look
selder, venkel & wortel
prei, rapen, aardappelen

Van belang alles goed op te volgen, zodat alles mooi samen gaar is, geen sinecure. Ik kies hier voor rundsbouillon omdat ik er koteletten bij had gekocht, met kippenbouillon is het volgens mij ook best lekker.
Op het einde een drietal el mosterd toevoegen, proeven en bijkruiden als nodig.
Vlak voor het opdienen de fijngesneden peterselie of rozemarijn erbij. De rozemarijn is wel het best als je hem in de vijzel kan bewerken.

Mosterdsaus

- boter
- bloem
- water
- rundsbouillon
- mosterd

Roux maken met de boter en bloem. Eerst de boter smelten, dan bloem erdoor tot je een deegachtige substantie krijgt. Hier moet je een goed evenwicht vinden tussen droog en vochtig. Als het te droog is kan je gewoon wat boter laten bijsmelten en bloem bijdoen als het te vochting wordt. Haal de roux uit de pot en hou apart. Laat water koken, los er rundsbouillon in op. Voorzichting met de hoeveelheid bouillon, kan erg zout worden. De mosterd kan er ook al bij, een eetlepel of drie.
Eenmaal dit aan het koken is voeg je beetje bij beetje de roux toe. Na het toevoegen laat je de saus telkens even koken, zodat de roux de kans krijgt om het geheel in dikken. Goed opvolgen.

Het is makkelijker om wat meer roux te maken dan nodig, beter dan te weinig.
In de meeste kookboeken zullen ze uitleggen dat je voor een saus met roux eerst de roux maakt en dan het vocht er gewoon bij doet en laat indikken. Dit kan natuurlijk ook, maar ik vind het enorm moeilijk om op voorhand in te schatten hoeveel roux ik ga nodig hebben voor een bepaalde hoeveelheid saus. Als je een beetje op gevoel wil koken en niet volgens vast hoeveelheden vind ik het makkelijker om je vocht eerst helemaal af te werken, zodat je vocht hebt dat zijn dikte heeft. Dan kan je beginnen werken met de roux, zodat je beetje bij beetje tot je gewenste dikte kan komen.

De koteletten goed laten bruin worden, ze zijn snel klaar, maar toch geen al te hoog vuur gebruiken precies.